Industrie in Hengelo

Industrie in Hengelo

Van de Storkfabrieken naar tuindorp 't Lansink

Het is niet bekend wanneer Hengelo precies is ontstaan. Waarschijnlijk gingen in de vierde eeuw boeren op deze plaats wonen. Zij kwamen uit het oosten. Het gebied was geschikt voor akkerbouw en er waren ook bossen in de buurt. Een oud woord voor akkerland is ’eng’ en ’loo’ betekent bos. Zo ontstond de naam Hengelo.

Vele eeuwen lang bleef Hengelo een klein plaatsje. De bewoners leefden op het land. Daarnaast bewerkten ze ruwe wol en weefden ze stoffen. Die geweven stoffen werden op de markt verkocht. na 1850 groeide het aantal inwoners. Er veranderde toen veel in Hengelo. Dat kwam vooral door de komst van grote fabrieken. Hengelo lag namelijk erg gunstig op het kruispunt van de weg Delden - Oldenzaal en de weg Almelo - Enschede. Bovendien was er een kanaal naar Hengelo gegraven.

Sinds 1865 stopte er ook een trein in Hengelo. fabrikanten konden hun grondstoffen en producten dus gemakkelijk vervoeren. In de fabrieken stonden stoommachines. De stoommachine was in 1763 in Engeland door James Watt ontwikkeld. De eerste stoommachine in Twente kwam uit Engeland. En als er een machine kapot ging, moest er een monteur uit Engeland komen. Dat kostte veel tijd. Daarom stichtten fabrikanten zelf machinefabrieken.

Eind negentiende en begin twintigste-eeuws kwamen de volgende fabrieken in Hengelo: Machinefabriek Stork, Nederlandsche Katoenspinnerij, Hengelosche Bontweverij en de Machinefabriek Signaal.