De Moderne Devotie in Deventer

De Moderne Devotie in Deventer

Geert Grote en het 'Gemene leven'

De stichter van Deventer is de Engelse missionaris Lebuïnus. In 768 kwam hij bij de plek waar nu Deventer ligt. Hij wilde de bewoners van deze streek tot het Christendom bekeren. Daarom bouwde hij eerst een kerkje. Nog steeds staat er in Deventer een kerk met zijn naam: de Lebuïnuskerk. Deventer is dan ook een van de oudste steden van Nederland.

Al in de achtste eeuw leefden en werkten er in de omgeving jagers, vissers, boeren en veehouders. Steeds meer mensen kwamen naar de oevers van de IJssel om daar te wonen en te werken. In de Middeleeuwen groeide het gebied uit tot een echte stad. De IJssel was belangrijk in de ontwikkeling van Deventer. Doordat de stad aan het water lag, kon er met schepen makkelijk gehandeld worden met andere gebieden.

Aan het einde van de Middeleeuwen, in de 14 en 15e eeuw, waren veel mensen ontevreden over de Rooms Katholieke kerk. Eén van die mensen was Geert Grote. Hij vond dat de hoge geestelijken een te luxe leventje leidden. Zij hadden geen aandacht meer voor de gewonen gelovigen. Geert Grote vond ook dat de kerk veel te rijk was. Veel mensen waren het met hem eens. Zij vonden de inhoud van het geloof belangrijker dan de rijkdommen van de kerk.

Omstreeks 1380 begon Geert Grote een beweging die iets nieuws wilde. Deze beweging noemen we de Moderne Devotie. Het was een beweging van mensen die op een andere manier wilden leven.